Yogafilosofie

Yoga is meer dan alleen maar rustig bewegen, of je adem beheersen. Yoga is gebaseerd op delen van de Indiase filosofie. Hieraan ontleent de yoga haar zin en haar doelstelling. Die filosofie wordt op dit deel van de site toegelicht.

De centrale vraag in deze filosofie is: Wie ben ik?

Het antwoord dat de Indiase filosofen hier in meerderheid op geven, en dat ten grondslag ligt aan de yogabeoefening luidt: Ik ben Bewustzijn. De yoga in al zijn vormen is erop gericht dit antwoord niet alleen intellectueel te kennen, zoals je het antwoord kent op de vraag hoeveel 1 + 1 is. Het gaat erom dit antwoord tot in het diepst van je wezen te ervaren. De filosofie achter de yoga wordt verwoord in een aantal beroemde Indiase geschriften. Ten eerste in de Bhagavad Gita, verder in de Upanishads en ook in de Yogasutra’s van Patanjali.

Patanjali

Sutra’s zijn beknopte uitspraken; wij zouden zeggen aforismen of verzen. Er zijn ongeveer 190 van deze sutra’s. Ze worden toegeschreven aan een historische figuur genaamd Patanjali maar het is niet waarschijnlijk dat hij ze allemaal geschreven heeft. Dat is ook niet van belang. Het gaat immers om de inhoud.

De eerste drie sutra’s van Patanjali zeggen:

  1. Yoga is het stil leggen van de wervelingen in de geest
  2. Dan is het ziende thuis in zichzelf
  3. Anders identificeert het zich met de wervelingen

Hiermee is de kern van yoga gegeven.

Wanneer je de onrust in je geest weet te kalmeren zul je onder of achter al de gedachten en gevoelens die in je geest voorkomen je ware aard ontdekken. Die ware aard is het ziende. Datgene in je wat ziet, wat waarneemt; datgene wat zich bewust is van alles. De wegen waarlangs je deze toestand kunt bereiken zijn vele. In sommige ervan speelt het beoefenen van Hatha yoga een rol en in andere helemaal niet. In de sutra’s van Patanjali worden deze wegen aangeduid.

Wil je meer weten: intikken van Patanjali bij Google levert interessante resultaten op. Veel leesplezier!

De Bhagavad Gita

Ook in de Bhagavad Gita wordt een belangrijk deel van de wegen naar onze essentie uiteengezet. De Bhagavad Gita is onderdeel van een groot India’s heldenverhaal, een epos, de Mahabarata. Dit boek van vele duizenden pagina’s vertelt het verhaal van een familievete tussen een goede en een kwaadaardige tak van dezelfde familie. Het hele verhaal is een symbool voor de strijd tussen goed en kwaad, niet alleen in de buitenwereld, maar juist ook in het innerlijk van ieder mens.

De Gita begint als de strijd eindelijk op het punt staat los te barsten. Arjuna, de held en aanvoerder van de Pandava’s, de goede partij, staat met zijn strijdwagens tussen de legers in. Hij moet op zijn hoorn blazen om het sein te geven dat het gevecht gaat beginnen. Dan raakt hij in vertwijfeling. Hij ziet in het vijandige leger vele oude vrienden leraren en natuurlijk familieleden. Hij weigert dan te vechten en gooit zijn wapens neer. Zijn wagenmenner, de god Krishna spreekt hem dan bemoedigend toe. Hij legt hem uit waarom het goed is toch te vechten.

In die uitleg komen grote filosofische vragen aan de orde die ieder mens wel eens bezig houden:

  • Wie ben ik?
  • Waar kom ik vandaan?
  • Waartoe dient de schepping?
  • Welke rol moet ik spelen?
  • Wat is de zin van het leven?

Op al deze vragen wordt uitvoerig ingegaan. Daarbij worden vier grote wegen geschetst in de vorm van yogamethoden.

  • Jnana yoga, de yoga van inzicht
  • Bhakti yoga, de yoga van toewijding aan God
  • Raja yoga, de yoga van oefening en discipline
  • Karma yoga, de yoga van goede werken.

Omdat er verschillende soorten mensen zijn zijn er verschillende soorten yoga passend bij elk type mens, zodat ieder op een bij hem of haar passende wijze verlichting kan bereiken. Jnana yoga is vooral geschikt voor intellectueel ingestelde mensen. Bhakti yoga is er voor de gelovigen. Raja yoga voor degenen die in een kloosterorde willen leven en karma yoga voor ondernemende mensen.

Zie voor een volledige vertaling onder andere:

http://www.arsfloreat.nl/documents/Gita.pdf